Tweeduizend kilometer verderop staan er duizenden mensen klaar om de zorg te ont-zorgen. Maar ja.

Tweeduizend kilometer verderop staan er duizenden mensen klaar om de zorg te ont-zorgen. Maar ja.

Maar zeg nou zelf: niks nieuws, toch? Een paar jaar geleden waren het Syriërs. Daarvoor Irakezen. Somaliërs en Congolezen: die zijn altijd op de vlucht. Myanmar loopt ook leeg - en terecht. En vergeet de Algerijnen niet. To name but a few.

Het is altijd zo geweest, en het zal altijd zo blijven: de mens ontvlucht levensgevaarlijke situaties en zoekt naar veiligheid - in de basis. En in een onveilige wereld heb je daar mee te dealen. Op dit moment zijn er 82,4 miljoen vluchtelingen en ontheemden, waarbij de 5,7 miljoen Palestijnen nog niet eens opgeteld zijn.

Achtenzeventigduizend (om precies te zijn: 78.911) daarvan, zitten in Nederland. Eenentwintig jaar geleden kwam ik hier ook. Zo.

Ontworteld. 

Weggerukt. 

Opgepakt. 

Weggebracht.

Omdat mijn broer een dwarslaesie opliep, tijdens een operatie in oorlogsgebied. 

Nee, het was geen kogel, geen Servische granaatscherf en geen jungle-knife. Gewoon, een chirurg met een slechte dag. Wat niet zo gek is, in een land dat destijds vertrapt en verscheurd werd, waar de kogels je om de oren vlogen, waar vaders op de vlucht sloegen en je elk moment de keel kon worden doorgesneden. Waar op een paar honderd kilometer afstand 8000 mannen (mijn broeders) van hun vrouwen en kinderen (mijn zusters, mijn neefjes en nichten) werden gescheiden, en stuk voor stuk door Milosevic over de kling werden gejaagd. Met een nekschot, hup: dat massagraf in. Dat pas jaren later werd ontdekt, en toen pas voldoende munitie (sic - let op de woordspeling) gaf voor een Haags tribunaal.

Omdat mijn broer in Nederland beter kon overleven, werden we als gezin gerepatrieerd door een Nederlandse organisatie. En kwamen we terecht in een AZC, juist: een asielzoekerscentrum. Daar hebben we 6 jaar lang gezeten, in onzekerheid over onze toekomst. 

Wat doe je dan? Als 13-jarig meisje? Dan duik je onder, in je eigen veel kleiner geworden wereld. Maar: dan leer je wel de taal. En dan zet je jezelf opzij. Dan kies je een vakgebied waar je iets in terug kunt doen. Terug kunt geven. Voor jezelf, voor je broer, voor de wereld, voor je gemoedsrust, voor je afgeslachte broeders en zusters. Voor het land dat je welkom heette, opving en een nieuwe toekomst mogelijk maakte. Dus: je kiest voor de Gezondheidszorg.

De afgelopen jaren floreerde ik. Best goed. Studeerde, klom op, maakte carrière. Ik werd interim manager in Zorginstellingen. Verdiende goed geld, settelde me in Friesland. Ik werd ‘rijk’, gelukkig, voelde me geslaagd en ik had niks te klagen. Eind goed, al goed.

Maar: elk jaar weer, keer ik in augustus terug naar mijn geboortegrond. Net zoals velen van mijn generatie, van mijn landgenoten. Waarvan (en waarvoor) de meesten gevlucht zijn, destijds voor het ‘Blut und Boden’ uit de late jaren negentig. Naar Duitsland, Frankrijk, Nederland, België, Zweden.

De ‘Diaspora’ noemen we dat. Het terugkeren in vredig Kosovo, net erkend, de jongste staat ter wereld, geleidt door een vrouwelijke president waar we allemaal, elk jaar weer neerstrijken bij familie. Waar ik nog steeds, tegen de keer in, en tegen mijn natuur in, meedoe aan de ‘traditie’. Mannen eten eerst, daarna de kinderen, daarna pas de vrouwen. Maar: het is goed zo, het is hoe het er is – dáár, dan.

Het was daar, een jaar of twee geleden, dat ik bedacht: ik moet iets anders gaan doen, ik heb grotere ambities dan dit, ik wil bijdragen, impact maken. En zo ontstond het idee om, tegen de traditie in, te gaan ondernemen. Maar: niet zomaar maar. 

Net als velen, maak ik me al jaren zorgen over ‘de zorg’. Met name over het personeelstekort - dat nu al heftig is, maar de komende jaren alleen maar groter wordt. Corona heeft dat er uiteraard niet beter op gemaakt, zoals we allemaal hebben gezien. En ja, er wordt veel over gepraat. Gedacht. Geschreven. En gediscussieerd. Dat is goed natuurlijk, dat moet, maar er wordt tot nu toe nog door weinig mensen iets mee, of áán gedaan.

Behalve door mij. Ik heb namelijk bedacht, tegen de keer in, dat ik daadwerkelijk iets ga doen aan de scheefgroei. Aan de scheefgroei van het schrijnende tekort van verplegend personeel in Nederland, al die talloze en unaniem professionals waar je dagelijks over in de krant leest - naamloos - en die op instorten staan. Het ongelofelijk aantal van 170.000 ‘handjes’ te kort - volgend jaar al, hé? Terwijl er in mijn geboorteland een overschot is van verpleegkundig personeel. Artsen, verplegers, ondersteunend personeel – in Kosovo en de rest van de Balkanlanden, denk aan Albanië bijvoorbeeld, daar lopen zij bij bosjes op straat. Baanloos. Gedreven, gemotiveerd, zoekend naar kansen.

Er is alleen één probleem. Kosovaren kunnen niet vrij reizen door de EU, althans: een paar landen houden dat tegen. Waaronder - heel gek, Nederland en Frankrijk. We hebben de euro, we hebben een eigen luchthaven, de infrastructuur begint op orde te komen, we hakken geen handen af, staan Serviërs niet meer naar het leven, we hebben autoverhuurbedrijven die met creditcards werken, we zijn Volstrekt Normale Mensen. Hoewel? Misschien wel iets gedrevener. Dan de gemiddelde Europeaan. Omdat we ergens vandaan komen. En ‘iets’ willen ontvluchten.

Maar dan nog: door de gebrekkige erkenning, kunnen we als Kosovaren nog niet in Nederland werken. ‘Iets met visa’, en de angst van de Nederlandse regering dat we asiel gaan aanvragen, als we eenmaal in NL zijn. 

Wat een onzin. Geloof me: elke Kosovaar, man of vrouw, heeft maar één verlangen: tijdens de Diaspora elk jaar weer in juli en augustus zijn of haar familie opzoeken en: knuffelen. En vooral: dat land weer van de grond op opbouwen. Zélf.

Daarvoor moet je er wél zijn, dat kun je niet van afstand doen. Dus: nee, we blijven niet voor eeuwig. We willen slechts komen helpen, ont-zorgen, letterlijk.

Ondertussen kan ik nú al, ook met mijn huidige businessmodel, waarin en waarmee ik verplegend personeel ‘inhuur en uitleen’ in Nederland, net zo goed Kosovaars verplegend personeel zich laten inschrijven. Om uitgeleend te worden in Nederland. Ter voorbereiding op het definitieve besluit van de lobby die we nu ook in Den Haag voeren (niet onbelangrijk!), en die best goed gaat (ik hou me, naar goed Haags gebruik, nog steeds een beetje op de vlakte, zie je?). 

Dat wat ik nu doe, of aan het opzetten ben, heet ‘Partisan’. Ik zei het al. En beloofde er op terug te komen :)

Partisan vertegenwoordigt ‘medical mercenaries’. Die je het beste kunt vangen in de zin: ‘been there, done that’. Want geloof me: als je twintig jaar geleden een afgerukte voet door een landmijn kon redden, weet je ook wel hoe je een pleister moet plakken. Of een injectie moet zetten. 

De komende maanden gaan spannend worden, maar daar zie ik niet tegenop. Met spanning kan ik inmiddels wel omgaan. En: anders had ik niet moeten gaan ondernemen, zeker niet op zo’n ambitieuze manier. De website wordt gebouwd, er wordt een bijzondere campagne ontwikkeld om te gaan crowdfunden (nee, niet alleen om geld op te halen voor ons bedrijf zelf, maar vooral om Nederlands zorgpersoneel welverdiend een weekje op vakantie te sturen), ik ben me gek aan het netwerken en lobbyen en ondertussen wordt het team van mensen die mee willen doen en bij willen dragen, groter en groter. Ik ben er ongelofelijk trots op, maar: alle hulp is welkom. Wil je de komende maanden op de hoogte blijven, stuur dan even een mailtje aan info@partisanmedicalmercenaries.com. Dan ben je steeds de eerste - ook de eerste die weet waar onze ‘kick-off meeting’ eind september straks plaats gaat vinden. 

Dan ga ik vandaag weer snel verder: beuken, sleuren, netwerken, koffiedrinken, contacten leggen en bouwen. 

Want vluchten kan niet meer. 

Van. 

Mijn. 

Droom.

Gerelateerde evenementen

“Effective leadership is putting first things first. Effective management is discipline, carrying it out.” Stephen M.R. Covey