Breng verborgen kwetsbaarheid aan het licht

Breng verborgen kwetsbaarheid aan het licht

Hoe maak je mensen weerbaar tegen stress en depressie? Met zijn college over veerkracht in de reeks Psychologie voor Managers gaf Michael Portzky waardevolle inzichten en handvatten. Hij hield zijn gehoor ook een spiegel voor: niemand is onfeilbaar. Daarom zet de Vlaamse neuropsycholoog zich in om verborgen kwetsbaarheid aan het licht te brengen.

Veerkracht is zowel in het wetenschappelijke als publieke veld een populair begrip, al variëren de definities nogal. Portzky hanteert de term mentale veerkracht voor het persoonlijkheidskenmerk dat het meest bepalend en voorspellend is voor de impact van stress. Kort door de bocht: hoe lager iemand scoort op Portzky’s veerkrachtschaal, hoe vatbaarder die persoon bij oplopende stress blijkt voor depressie, burn-out of zelfs neiging tot suïcide. Hoger scoren, betekent weliswaar dat je (veel) langer kunt doorgaan, maar ook dan kan er een punt komen waarop iemand – vaak onverwacht – crasht. Veerkrachtigheid kán dus verraderlijk zijn…

Hoger scoren, betekent weliswaar dat je (veel) langer kunt doorgaan, maar ook dan kan er een punt komen waarop iemand – vaak onverwacht – crasht.

 

Terugveren bij problemen

Portzky merkt dat veerkracht gemakkelijk wordt verward met coping, de manier waarop iemand omgaat met problemen. ‘Coping gaat over het moment zelf’, legt Portzky uit. ‘Of je bijvoorbeeld rationaal of juist emotioneel reageert. Dat heeft wel invloed op hoe makkelijk je vervolgens terugveert bij problemen. Je ziet vaak dat veerkrachtige mensen een copingsstijl hebben die emoties onderdrukt. Zij focussen zich op het probleem en het vinden van de oplossing, waardoor ze sneller een uitweg vinden. Terwijl minder veerkrachtige mensen met een emotionele copingsstijl eerder blijven hangen in een gevoel van hopeloosheid.’

De neuropsycholoog ontdekte dat veerkracht een opvallend stabiel kenmerk is. Dit betekent dat mensen altijd min of meer hetzelfde scoren op de veerkrachtschaal, ongeacht hoe iemand op het meetmoment in zijn vel zit. Als iemand met een hoge veerkracht toch een depressie krijgt, blijft de score op de veerkrachtschaal hoog. En als iemand met een lage veerkracht lekker in de flow zit, blijft de score laag. Kortom, de mate van veerkracht zit in de aard van het beestje. Portzky constateerde in zijn onderzoeken dat de veerkrachtscore daardoor vooral iets zegt over de káns op een depressie of burn-out: mensen met een lage veerkracht vallen daar sneller aan ten prooi dan degenen met een hoge veerkracht.

Kortom: de mate van veerkracht zit in de aard van het beestje.

 

Kwetsbaarheidsindex

Bewustzijn van de mate van veerkracht is volgens Portzky zeer behulpzaam – zowel voor (jonge) mensen zelf als hun omgeving. Het zegt immers iets over iemands kwetsbaarheid. De neuropsycholoog ontwikkelde voor een recente studie onder ruim 4000 middelbare scholieren (in Vlaanderen en Nederland) een kwetsbaarheidsindex, waarbij naast veerkracht ook het sociaal netwerk en het palliatief palet bepalende kenmerken zijn. Let op: [palliatief palet heeft niets te maken met stervensbegeleiding, maar het (levens)veerlichtende activiteiten die de innerlijke batterij doen opladen. Daarover later meer, als één van de belangrijkste tips op veerkracht op peil te houden.

Eerst nog even terug naar de mate van persoonlijke veerkracht, die volgens Portzky deels is aangeboren en vooral in het eerste levensjaar wordt gevormd. ‘We weten door epigenetica dat veel stressgenen bij de geboorte nog niet zijn aan- of uitgeschakeld. De mate waarin het babybrein in de eerste maandenveiligheid en koestering ervaart – dat gebeurt door geur en aanraking – bepalen of een stressgen op ‘aan’ of ‘uit’ schiet. Hierdoor ontwikkelen baby’s die worden verwaarloosd of te maken hebben met (dreiging van) geweld een heel alert brein. Evolutionair gezien zorgen hersenen die altijd op hun hoede zijn voor overleving, maar door de grote stressgevoeligheid betalen deze kinderen later vaak een hogere prijs.’

Hierdoor ontwikkelen baby’s die worden verwaarloosd of te maken hebben met (dreiging van) geweld een heel alert brein.

 

Te veel stressprikkels

Instinctmatige stressreflexen hebben in de evolutie positief bijgedragen aan onze overleving als menselijke soort. Dreigde er gevaar, dan werd alles in het lichaam in een staat gebracht om te vechten of vluchten, om pas in een veilige situatie weer tot rust te komen en te herstellen. ‘Helaas reageert ons diepe reptielenbrein nog steeds met dezelfde reflexen op alle prikkels die tegenwoordig tot ons komen’, zegt Portzky. ‘Van files en overvolle mailboxen tot problemen rondom relaties, gezondheid, gezin of financiën: ons stress-systeem krijgt het flink voor de kiezen. En hoe proberen we te herstellen? We pakken de smartphone voor sociale media of kijken televisie, waardoor we – vaak onbewust – nieuwe stressprikkels krijgen.’

Wat het emmertje doet overlopen, maakt volgens de neuropsycholoog niet zoveel uit. Feit is dat het op enig moment vol zit. ‘Het hormoon cortisol brengt ons systeem na stressmomenten weer in evenwicht, naar een toestand van herstel. Dat klinkt mooi, maar als het lichaam voortdurend cortisol moet aanmaken door overmatige stressprikkels, dan ontstaat een neurotische werking die de hersenen beschadigd’, legt Portzky uit. ‘De verbindingen in ons brein verschrompelen door chronische stress. Zo kunnen zelfs mensen met een hoge veerkracht gaandeweg fysieke symptomen ontwikkelen van een klinische depressie, zonder dat ze die als zodanig herkennen. Denk bijvoorbeeld aan chronische ontstekingen, hartklachten of prikkelbare darmen.’

Wat het emmertje doet overlopen, maakt volgens de neuropsycholoog niet zoveel uit. Feit is dat het op enig moment vol zit.

 

Risicogroep Jeugd

Het ‘voordeel’ voor mensen met een lage veerkrachtscore kan zijn dat ze sneller tegen hun grenzen aanlopen en die daardoor beter leren bewaken. ‘Tegelijkertijd blijven zij een risicogroep, zeker onder jongeren’, benadrukt Portzky. ‘Doordat de prefrontaalkwab pas rond het 25e levensjaar is uitontwikkeld, zijn jonge mensen extra kwetsbaar bij stress door piekeren, pesten of incidenten. Zij hebben heel snel het gevoel dat het nooit meer goed komt in hun leven.’ In Portzky’s onderzoek op middelbare scholen blijkt dat in sterke mate te gelden voor jongeren die al een vorm van psychische hulp krijgen bij instellingen: ruim driekwart (!) van deze groep zit volgens de kwetsbaarheidsindex in de risicozone voor suïcide. Op gewone middelbare scholen schommelt dit aantal rond de 27 procent.

 

Preventie en herstel

De boodschap van Portzky is dat we – ongeacht onze veerkracht – allemaal kwetsbaar zijn in de wereld waarin we leven. ‘Als je maar lang genoeg het stress-systeem opjaagt, krijg je vroeg of laat de rekening gepresenteerd. De hoog kwetsbaren gaan het eerst en zien we bovendien vaak terugvallen, omdat er in onze samenleving te weinig tijd en aandacht is voor écht herstel, waarbij weer nieuwe verbindingen ontstaan in het brein. Het goede nieuws is dat herstel mogelijk is en dat we dezelfde spelregels kunnen hanteren bij preventie. Als we streven naar een veerkrachtige samenleving, dan is dát hetgeen waar we structureel beleid op moeten maken.’

Spelregels van Portzky:

  • Structurele reductie van het stressniveau (‘anders is het dweilen met de cortisolkraan open’), door te onderzoeken wat stress veroorzaakt – werk, relatie, te volle agenda, gezondheid, financiële situatie, etc. – en waar mogelijk andere keuzes te maken.
  • Onthouding van stimulerende middelen als alcohol en drugs. Zeker het brein van jonge mensen is extra kwetsbaar voor de impact van middelen, maar ook volwassenen die regelmatig denken te ontspannen door een glaasje werken hun eigen stress-systeem tegen.
  • Tijd en aandacht voor het ‘palliatieve palet’: regelmatig activiteiten doen die ons afleiden van stress(gedachten) en die ons plezier energie en ontspanning brengen.
  • Cognitieve stimulatie combineren met gewichtstraining: door de spieren tot het uiterste in te spannen, komt een hormoon vrij dat actief bijdraagt aan herstel en dat óók de aanmaak van nieuwe hersenverbindingen stimuleert.
  • Het bewaken van tijd en aandacht voor het palliatief palet wordt door de neuropsycholoog extra benadrukt. ‘Dit lijkt makkelijk, omdat het gaat om dingen die we echt graag doen, maar het gekke is dat deze activiteiten bij een drukke agenda als eerste sneuvelen’, aldus Portzky. ‘We denken beter te kunnen doorbuffelen, terwijl we bij stress juist die herstelmomenten zo hard nodig hebben. Dat geldt ook voor jonge mensen in bijvoorbeeld een examenperiode. Ze blokken zich suf en vergeten hun eigen batterij op te laden. Of ze trappen in de valkuil van sociale media, televisie of alcohol: we dénken ervan te ontspannen, terwijl het averechts werkt op ons stresssysteem.’

    We denken beter te kunnen doorbuffelen, terwijl we bij stress juist die herstelmomenten zo hard nodig hebben.

    Vermogen tot herstel

    Een andere valkuil van het is dat activiteiten die bedoeld zijn ter ontspanning en plezier door ambities toch – vaak onbewust – stressgevoelig kunnen worden, zoals steeds beter willen presteren in sport. ‘We moeten in onze prestatiecultuur uitkijken dat we het vermogen tot herstel helemaal verliezen’, waarschuwt Portzky. ‘Depressies, burn-out en suïcide komen helaas steeds vaker voor.’

    Michael Portzky maakt onderdeel uit van de collegereeks Psychologie voor Managers. Wil jij hier graag bij zijn of de collegereeks via een livestream volgen? Bel Remco (06-55790378) of Laure (06-38844247) voor de mogelijkheden of kijk op onze website.

    Gerelateerde evenementen

    Enorme drive, passie en humor!