Cultuurverandering draait om contactverandering

Cultuurverandering draait om contactverandering

Toen hij directeur van een tbs-kliniek was, liet Gabriël Anthonio tbs'ers de buitenmuren beschilderen. Ook bij Verslavingszorg Noord Nederland hanteert hij een onorthodoxe bestuursstijl. Zijn motto: toon in alles je eigen kwetsbaarheid.

Les 1. De mens is gemaakt om rechtop te lopen

"In 1997 solliciteerde ik op de functie van directeur bij de Van Mesdag. De tbs-kliniek zat midden in een crisis. Er vonden suïcides en ontsnappingen plaats, de vorige directeur was gegijzeld geweest en het ziekteverzuim lag op 14 procent. Ik belde mijn oma - het lieve mens is al jaren dood - met het nieuws dat ik was aangenomen. 'Och lieve schat, kun je niet een keer een normale baan nemen', reageerde ze. Mijn voorgaande banen waren bij de reclassering en in een jeugdgevangenis. Oma maakte zich vaak zorgen om haar kleinzoon, maar ik heb me nooit onveilig gevoeld. Veiligheid bereik je niet met hekken en camera's, maar met contact.

Als eerste hebben we in de Van Mesdag de deuren opengegooid. Mijn kantoor richtte ik in een cel midden in de kliniek in. Zo kon ik elk moment proeven en ruiken hoe de zaken ervoor stonden. De tbs-patiënten - ervaringsdeskundigen bij uitstek - hielpen mee de beveiliging te verbeteren en de urinecontrole minder vernederend te maken. Van vernedering is nog nooit iemand beter geworden, de mens is gemaakt om rechtop te lopen. Patiënten die vijf jaar goed bezig waren, hadden hun eigen sleutel op zak. De maatregelen leidden tot meer tijd voor behandeling en opleiding en er is mij, noch iemand anders, ooit een haar gekrenkt door het opendeurenbeleid. 

Als je de mens in de mens aanspreekt en niet de verwording, komt de mens naar voren. Samen met studenten van de Academie Minerva zijn de tbs'ers gaan schilderen. We hebben een galerie ingericht, met werk van tbs'ers en kunstenaars, met tijdelijke exposities en openingen met genodigden.

Door ze op gelijk niveau met de kunstenaars te zetten, zijn ze even geen tbs'er meer, maar vooral kunstenaar. Daarna heeft een groep gedetineerden de muren beschilderd. 'Weet jij wel wat je aan het doen bent', kreeg ik te horen. 'Je tbs'ers staan op een steiger te verven en kunnen er zo overheen.' We hadden natuurlijk een goede inschatting gemaakt wie er aan mee konden doen en stevige afspraken gemaakt. Weet je wat het is, als je als bevlogen kunstenaar aan een werkstuk begint, loop je er niet bij weg."

Les 2. Er is meer dan je eigen ego

"Mijn ouders hebben mij geleerd met een kritische houding in het leven te staan en te beseffen dat er meer is dan je eigen ego. Ruud en Marije - ze leerden ons al vroeg af papa en mama te zeggen - waren, en zijn, heel sociaal betrokken. We hadden altijd twee of drie logeerkinderen in huis, jongeren die het thuis niet redden. Er stond altijd een pan met eten op tafel en er kwam van alles op bezoek. Mannen met baarden zaten uren met mijn ouders te debatteren hoe de wereld in elkaar zou moeten zitten.

Mijn vader gaf les aan kunstacademie Minerva, allebei organiseerden ze thuis cursussen tekenen en schilderen en chique dames uit Haren kwamen bij mijn moeder soepjurken batikken. School vonden ze onze eigen verantwoordelijkheid en rapporten hoefden ze niet te zien. Ik heb er geloof ik zelf weleens een krabbel onder gezet. 'Apaarten' vonden de Drenten ons, zoals we rondliepen in handgeweven truien en op roodgeschilderde boerenklompen. En dan altijd weer andere jonge meiden over de vloer... Er werd flink over ons gepraat. Niet kwaadwillend hoor, laten we zeggen dat ons gezin het plattelandsleven indertijd heeft verrijkt."

Les 3. Kwetsbaarheid is de geboorteplaats van veel moois

"Kwetsbaarheid is een groot thema in mijn leven. Noem het gerust mijn missie dat ik wil laten zien dat kwetsbare mensen ook authentieke en sterke mensen zijn. Elke maand ga ik op bezoek bij Theo, laat ik hem zo maar even noemen, een gevoelige, bovengemiddeld intelligente man die nooit had begrepen waarom hij als kind elke dag klappen van zijn vader kreeg. Toen hij als volwassene van een vroegere buurvrouw hoorde dat hij 'van een ander' was, raakte hij in een diepe depressie. Jarenlang sloot hij zich op, met drank achter dichte gordijnen. Dankzij een van onze hulpverleners die letterlijk bij hem bleef aanbellen tot hij opendeed, kwam hij langzaam weer in contact met de buitenwereld. Hij is nu goed ingesteld op medicatie. Zijn gebroken jeugd heeft een gebroken mens van hem gemaakt; hij is depressief, in de war en schizofreen. Je kunt zeggen dat Theo een kwetsbare man is. Ik zei laatst tegen hem dat hij juist heel sterk moet zijn om dit allemaal te kunnen overleven en te staan waar hij nu staat. Theo is een van mijn belangrijkste adviseurs. Onze gesprekken doen ons allebei goed. Voor mij is het belangrijk dat ik contact houd met cliënten die aan het randje van de samenleving functioneren, en tegelijk ben ik vol bewondering hoe deze man het redt.

In mijn optiek is kwetsbaarheid de geboorteplaats van veel moois. Zonder kwetsbaarheid kun je geen vriendschap opbouwen; zonder een zekere kwetsbaarheid -openstaan voor een ander - kun je als professional geen goede zorg verlenen, want je krijgt geen contact met de cliënt. Het enge is dat iedereen het tegenovergestelde predikt: 'Je moet vooral voor jezelf opkomen, je niet kwetsbaar opstellen'. Dat is raar. Muren optrekken en in je comfortzone kruipen, verwijdert mensen slechts van elkaar."

Les 4. Het leven is niet het probleem, maar hoe we ons ertoe verhouden

"Onze zoon Mahil is autistisch en heeft een forse verstandelijke beperking. Mensen vragen weleens: Hoelang houden jullie dit nog vol?' Waarop mijn antwoord altijd is 'zolang Mahil bij ons wil blijven wonen, blijft hij bij ons wonen'.

De Oostenrijks-Joodse psychiater Viktor Frankl deed onderzoek naar depressie, angsten en de bedoeling van het leven, toen hij in Auschwitz terechtkwam. Bijgekomen van de schok realiseerde hij zich dat er iets bijzonders was gebeurd: hij was in zijn eigen onderzoeksthema terechtgekomen. Op een gegeven moment zegt hij: zíj kunnen me naar de gaskamer sturen, maar ík bepaal of ik er lachend of huilend naartoe loop. Tot op zekere hoogte is er altijd keuzeruimte. We kunnen klagen over wat ons overkomt, of we kunnen zeggen dat het leven is wat het is en alles wat wel kan als een uitnodiging zien. Wat mijn zoon heeft, is niet te genezen. Ik kan daarover jammeren, maar ik kan ook verwonderd zeggen 'in wat een bijzonder thema wij als gezin zijn beland'. Ik wil opkomen voor kwetsbare mensen? Ik wil een open en kritische houding hebben? Wat een mooie uitnodiging is dit!"

Les 5. Er is maar één belangrijk moment en dat is nu

"Mahil noem ik vaak de slijpsteen van mijn ziel. Als ik 's ochtends zijn tanden poets en ik bereid in mijn hoofd het overleg van vanmiddag voor, laat hij me dat merken. Hij heeft geen taal, maar de boodschap die hij mij bij herhaling geeft, is: Papa, er is maar één belangrijk moment in het leven en dat is nu. Hij daagt me voortdurend uit om goed in contact te zijn. En dat zet mij aan het denken: hoe zitten wij in een vergadering? Zitten wij niet heel vaak al in straks, in morgen, in volgend jaar? Daardoor zijn we niet goed in contact en verstaan we elkaar soms niet.

Ik denk weleens dat we soms zo vluchtig leven, dat we niet alleen onze e-mails maar ook elkaar aan het wegwerken zijn: hoe krijg ik die ander zo snel mogelijk de deur uit zodat ik weer mijn eigen ding kan doen? We zien over het hoofd wat er echt gebeurt tussen mij en de ander."

Les 6. Ban wantrouwen uit in organisaties 

"Hoewel ik het niet van huis uit heb meegekregen, voel ik me erg thuis bij de Schrift, ik probeer er dagelijks een stuk in te lezen en te overdenken. Hetzelfde geldt voor de klassieke filosofie, met name Plato en Aristoteles. Het zijn bronnen die me inspireren en troosten. Aristoteles zegt bijvoorbeeld: De stadsstaat wordt niet geregeerd bij wetten en regels, maar door mensen die het oprecht met elkaar menen. Als ik naar de moderne tijd kijk, zie ik piramiedeorganisaties vol vervreemding en bureaucratie. Bureaucratie ontstaat uit wantrouwen. Als wij uit die verticale kolom van controle en wantrouwen weten te komen en veel meer samenwerken, hoeven we minder te controleren.

Dan maak je een afspraak en daar houd je je aan, want vrienden belazeren elkaar niet. Aristoteles heeft het scherp gezien, als hij zegt: vriendschap is de enige relatie waarop geen wetten of regels van toepassing zijn. Hoe bizar is het dat sommige van onze artsen 30, 40 procent van hun tijd bezig zijn met het inkloppen van gegevens. En het wordt alleen maar erger.

We moeten terug naar die horizontale gemeenschap van vrienden. Ook in de zorg, het onderwijs en het openbaar bestuur. Niet in de kleffe zin van gezellig vriendjes zijn, maar van mensen die het oprecht met elkaar menen. De manier waarop ik het probeer te doen, noem ik verbinden en meestribbelen. Ik zit midden in dat weerbarstige systeem, ik moet contact onderhouden met onze subsidiënten en inspecties - het is op zich ook niet verkeerd dat die er zijn - maar daar waar we de boel een beetje kunnen afbreken, moet gewoon de beuk erin. Ik probeer een vriendelijke anarchist te zijn, door soms te zeggen: Zullen we daar eens mee ophouden?"

Gabriël Anthonio

Prof. dr. Gabriël Anthonio (Groningen, 1963) groeide op in een Indisch-Nederlands kunstenaarsgezin in Eelde-Paterswolde. In zijn mavotijd was hij zeer bedreven in kungfu en karate. Hij studeerde sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en behaalde een PhD aan de Universiteit voor Humanistiek. Anthonio werkte als groepsleider en sociotherapeut in de jeugd- en verslavingszorg en was directeur van o.a. Forensisch Psychiatrisch Ziekenhuis Van Mesdagkliniek in Groningen en Jeugdhulp Friesland.

Tegenwoordig is hij bestuursvoorzitter van Verslavingszorg Noord Nederland. Hij vervult een lectoraat leiderschap aan de Stenden Hogeschool in Leeuwarden en is bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook is hij gastdocent, spreker en trainer. Anthonio woont met echtgenote Radha en zoon Mahil (19) in Drachten. Dochter Talita (21) studeert in Groningen.

Gerelateerde evenementen

"We spend a lot of time teaching leaders what to do. We don’t spend enough time teaching leaders what to stop." Marshall Goldsmith